Algemene informatie konijnen

Oryctolagus cuniculus

Konijnen zijn actieve, slimme dieren die samen met een soortgenoot gehouden moeten worden. Het is ontzettend leuk om te zien hoe de dieren bij elkaar liggen, samen rondrennen of elkaar wassen. Veel konijnen vinden het fijn om geaaid te worden, hoewel ze daarbij graag met vier poten op de grond blijven staan. Geef uw konijnen de ruimte: om gezond te blijven hebben ze, naast de juiste voeding, ook veel beweging nodig!

Kies het juiste dier voor uw situatie: lees vóór het kopen eerst of het konijn het huisdier is dat u zoekt.

Algemeen

Het konijn behoort tot de familie van de haasachtigen (Lagomorpha). Een konijn is dus, in tegenstelling tot wat veel mensen denken, geen knaagdier. De haasachtigen hebben achter hun bovenste snijtanden nog twee kleine tandjes staan, de stifttanden. De onderste snijtanden slijten hier tegen af. Knaagdieren hebben deze extra tandjes niet. Konijnen hebben lange oren en grote, sterke achterpoten. Ze zijn snel en wendbaar. Het wilde konijn heeft een grijsbruin gekleurde vacht met een lichte buik. De onderzijde van de staart is wit. Een konijn kan gemiddeld zo’n acht tot tien jaar oud worden.

Verschillende varianten

Er zijn ongeveer vijftig verschillende konijnenrassen. Deze onderscheiden zich onder andere door vachtkleur, vachtlengte, bouw en formaat. Er bestaan bovendien konijnen met rechtopstaande oren maar ook met hangoren. Kleine rassen, zoals bijvoorbeeld de kleurdwerg en de Nederlandse hangoordwerg, wegen ongeveer één tot anderhalve kilo. Een Vlaamse reus kan daarentegen wel acht kilo wegen. Vaak zijn de kleine konijnen wat feller en schrikachtiger dan hun grote soortgenoten.

Van nature

In de natuur leven konijnen in grote groepen in grasland, duinen of heidegebieden. Ze zetten hun territorium af met keutels, plasjes en door hun kin langs voorwerpen te wrijven. In de groep is een hiërarchie aanwezig. Konijnen hebben zelf gegraven holen en gangenstelsels met meerdere uitgangen, maar brengen veel tijd boven de grond door met voedsel zoeken, rennen en spelen. Ze eten vooral in de avond en ochtend. Midden op de dag rusten ze. Konijnen vinden het prettig om bij elkaar te liggen en elkaars vacht te verzorgen.

Huisvesting

Konijnen zijn echte groepsdieren. Ze leven niet graag alleen: houd daarom minstens twee konijnen samen in een voldoende groot hok. Een mannetje en een vrouwtje is meestal de beste combinatie. Natuurlijk moet u dan maatregelen nemen om te voorkomen dat u er al snel jonge konijntjes bij hebt. Het is te adviseren om liefst beide dieren, maar in elk geval het mannetje, te laten castreren. Twee ongecastreerde mannetjes gaan vrijwel altijd vechten als ze ouder worden. Ook bij een combinatie van twee vrouwtjes gebeurt het dat de dieren als ze volwassen zijn plotseling gaan vechten onder invloed van hormonen. Twee gecastreerde vrouwtjes kunnen vaak goed samenleven, zeker als ze van jongs af aan samen opgroeien, of op neutraal terrein (dus buiten het hok) rustig aan elkaar kunnen wennen en voldoende ruimte en schuilmogelijkheden hebben. Dat lukt soms ook met twee op jonge leeftijd gecastreerde mannetjes die samen opgroeien. Zet echter nooit twee vreemde volwassen konijnen zomaar bij elkaar, ze kunnen elkaar flink verwonden.

Konijnen kunt u binnen of buiten houden. Wilt u ze buiten houden, dan heeft u een hok nodig met een flinke ren er aan vast. Een deel van het hok moet afgesloten en water- en winddicht zijn zodat het als nachthok en schuilplek tegen weersomstandigheden kan dienen. Plaats het hok zo dat er geen koude noordenwind in kan blazen, en zo dat de konijnen ’s zomers de schaduw op kunnen zoeken.

Konijnen kunnen slecht tegen temperatuurschommelingen. Het is daarom niet verstandig om een buitenkonijn ’s winters steeds naar binnen te halen. Als u konijnen buiten wilt laten leven, zet ze dan voor het eerst buiten in de zomer. Als ze buiten gewend zijn, ontwikkelen ze een wintervacht waarmee ze stevige vrieskou kunnen weerstaan. Zorg er wel voor dat de konijnen zich warm kunnen ingraven in bijvoorbeeld een dikke laag stro.

Geef de konijnen ook een vrije uitloop naar een buitenren. Zorg in de ren voor een ondergrond van bijvoorbeeld deels tegels, deels zand of gras, en graaf aan de zijkanten het gaas tenminste 50 centimeter in de grond om te voorkomen dat het konijn zich een weg naar de vrijheid graaft. Zorg er ook voor dat er geen roofdieren zoals katten, vossen, bunzings of roofvogels van bovenaf in de ren kunnen komen!

De grootte van het buitenhok hangt af van het formaat van de konijnen en hun aantal. Twee dwergkonijnen kunnen met 150 x 60 x 60 centimeter (cm) goed uit de voeten. Een konijn moet in zijn hok kunnen lopen en op zijn achterpoten kunnen staan. De ren moet liefst vrij toegankelijk zijn zodat de konijnen kunnen kiezen waar ze willen zijn. Een goede afmeting voor twee kleine konijnen is minstens 3 tot 4 m2; de konijnen moeten in hun ren ook daadwerkelijk kunnen rennen! Voor twee grote konijnen moeten het hok en de ren uiteraard groter zijn: houd voor twee konijnen van 5 kilo of meer tenminste 200 x 80 x 80 cm aan voor het hok, en een ren van minimaal 5 m2.

Ook als u uw konijnen binnen wilt houden, heeft u een flink hok nodig. Daarnaast moeten de konijnen een paar uur per dag buiten het hok los mogen lopen. Voor twee dwergkonijnen is een hok van 80 x 150 centimeter geschikt, voor twee konijnen van 2 kilo heeft u al een hok van 80 x 200 cm nodig. Voor konijnen tussen 2,5 en 5 kilo moet u rekenen op ongeveer 0,3 m2 per kilo lichaamsgewicht. Voor twee konijnen van 4 kilo komt u dan uit op 2 x 0,3 x 4 = 2,4 m2: 100 x 240 cm. Reken voor konijnen zwaarder dan 5 kilo op 0,25 m2 per kilo lichaamsgewicht: voor twee Vlaamse reuzen van 7 kilo komt u dan op 3,5 m2, 100 x 350 cm.

Vaak is het moeilijk en voor grote konijnen zelfs onmogelijk om binnenkooien in het juiste formaat te kopen. Een goede oplossing is om aan het hok een vaste ren te maken en het deurtje uit het hok te halen, zodat de konijnen altijd in en uit de ren kunnen. Hekjes voor een konijnenren koopt u in de dierenspeciaalzaak of u kunt zelf iets maken. Voor grote konijnen kunt u hekken gebruiken die bedoeld zijn voor een puppyren. Op de vloer kunt u ruw zeil of een stuk tapijt leggen. Let wel op dat de konijnen hier niet van eten.

Een binnenhok mag niet op de tocht, bij een verwarmingsbron of in de zon staan.

Om de konijnen voldoende beweging te geven is het nodig hen dagelijks een paar uur uit hun hok (en ren) te laten. Een konijn dat alleen in een hok zit en niet kan rennen zal dik worden, geen goede spieren kunnen ontwikkelen, geen conditie opbouwen en meer kans hebben op darmproblemen. Laat konijnen echter nooit zonder toezicht los in huis. Maak bovendien de kamers waar de konijnen komen zo goed mogelijk konijn-proof. Elektriciteitskabels leveren gevaar op: werk ze bijvoorbeeld weg in kabelgoten, want u kunt uw konijn niet afleren eraan te knagen! Ook giftige planten moet u buiten het bereik van uw konijnen houden: denk bijvoorbeeld aan populaire kamerplanten als de Ficus, Dieffenbachia, Dracaena, Aloe vera, Azalea, Cyclamen en bolgewassen als Narcis en Amaryllis.

Als bodembedekker in een binnenhok of in het nachthok van een buitenhok is een laag kranten met daarop stro of hooi geschikt. U kunt ook een onderlaag van bodemmateriaal op basis van maïs, strokorrels of hennep gebruiken. Zaagsel wordt ook veel gebruikt maar pas op dat het niet stoffig is. Bovendien zijn er aanwijzingen dat zaagsel van naaldhout op termijn ongezond zou kunnen zijn.

Konijnen zijn heel schone dieren, ze doen hun behoefte het liefst in een vaste hoek van hun verblijf. In de hoek die uw konijn als toilet kiest, kunt u wat extra kranten op de bodem leggen, maar nog makkelijker met schoonmaken is het om een toiletbak neer te zetten, bijvoorbeeld een speciale hoekbak, een afwasteil of de onderkant van een kattenbak. Hierin kunt u bodemmateriaal leggen zoals houten kattenbakkorrels of materiaal op basis van hennepvezel, afgedekt met stro of hooi. Als u de keutels van de konijnen steeds in deze bak legt, kunt u de konijnen vaak leren om hem als toilet te gebruiken. Dit kan zowel buitenshuis als binnenshuis. Gebruik nooit klompvormende kattenbakvulling! Dit kan verstopping veroorzaken als het wordt opgegeten. Pas ook op dat de korrels niet scherp zijn, dit kan de poten beschadigen. Zijn uw konijnen zindelijk, dan hoeft u in een groot hok met ren niet overal bodemmateriaal zoals hooi of stro te leggen maar kunt u een paar toiletbakken neerzetten. Konijnen zitten graag ergens in of onder, dat geeft hen een veilig gevoel. Geef hen daarom een plek om zicht terug te trekken, bijvoorbeeld een kartonnen doos waar ze ook meteen fijn aan kunnen knagen, of dek een deel van de bovenkant van de binnenkooi af. In een buitenren kunt u speel- en schuilhokjes en tunnels plaatsen.

Verzorgen en hanteren

Veel konijnen vinden het fijn om geaaid te worden, maar ze worden meestal liever niet opgetild. Konijnen kunnen bijten, maar ze kunnen met hun achterpoten ook flink krabben als ze spartelen om weg te komen. Pak ze daarom, als het nodig is, voorzichtig op.

Als u een konijn wilt optillen, doe dat dan als volgt: begin met de kop van het konijn naar u toe. Leg uw ene hand om zijn achterwerk heen. Schuif uw andere hand onder zijn borst. Til het konijn op en leg het tegen uw lichaam aan, het liefst met zijn kop onder uw arm. Daardoor blijft het konijn rustig. Bij het terugzetten van het konijn kunt u het dier het beste achteruit zijn hok in zetten, zodat het niet uit uw armen kan springen en zich verwonden.

Bij een konijn dat erg wild is of spartelt kunt u met een hand zo veel mogelijk vel op de schouderbladen (dus niet in zijn nek!) pakken. Gebruik altijd uw andere hand ter ondersteuning: schuif deze onder het achterwerk. Til het dier op en druk het zachtjes tegen u aan. Til een konijn nooit op aan zijn oren of alleen aan zijn nekvel. Zorg ervoor dat het konijn niet kan spartelen, zijn achterpoten zijn zo sterk dat hij daardoor zijn eigen rug kan breken!

Kortharige konijnen moeten vooral tijdens de ruiperioden regelmatig gekamd worden. Omdat de vacht van langharige konijnen gemakkelijk gaat klitten, is het verstandig hen ook als ze niet ruien dagelijks te kammen. Houd er rekening mee dat de huid van konijnen gevoelig is; het trekken aan klitten is uit den boze.

Ook moet u controleren of de nagels niet te lang worden en ze knippen als dat nodig is. Pas dan op dat u niet in het ‘leven’ knipt, het deel waar bloedvaten en zenuwen doorheen lopen. Bij witte nagels kunt u dit door de nagel heen zien schijnen, bij donkere nagels is dit lastiger. Laat het eventueel door uw dierenarts voordoen.

Maak het hok regelmatig schoon, tenminste eens per week. Als het gaat stinken, bent u te laat! Ververs dagelijks de bodembedekking in de toilethoek of toiletbakken. Gebruikt u een toiletbak, maak deze dan wekelijks schoon met azijn om aanslag te verwijderen. Ververs elke dag het drinkwater en maak wekelijks het drinkflesje en de voerbakjes schoon.

Voeding

Een konijn is een planteneter en heeft behoefte aan heel veel vezels. Die zitten vooral in ruwvoer zoals hooi. Geef uw konijn daarom elke dag onbeperkt vers hooi. Stro bevat ook veel vezels, maar heeft minder voedingswaarde. Ook in gras en groenten zitten vezels, wen uw konijn hier langzaam aan om diarree te voorkomen. Niet elke groente is geschikt, van gasvormende groenten zoals kolen, prei en dergelijke kan uw konijn erg ziek worden. Witlof, andijvie, wortelloof, radijsblad of een stukje wortel zijn, mits langzaam aangewend, wel prima groenten voor uw konijnen. Fruit en droog brood zijn weliswaar lekker, maar dikmakers. Daarnaast bevatten ze veel suikers die niet goed door het maag- darmkanaal verwerkt kunnen worden.

Het gezondst is het om, naast hooi, hardvoer te geven. Bij de dierenarts en de dierenspeciaalzaak is biks (brokjes) en gemengd konijnenvoer te koop. Een groot voordeel van biks is dat het konijn alle voedingsstoffen binnenkrijgt in de juiste verhouding, omdat het konijn er niet de lekkerste dingen uit kan pikken. Bovendien vermoedt men dat gemengd konijnenvoer kan leiden tot gebitsproblemen. Het is daarom aan te raden voor biks te kiezen, liefst met een hoog gehalte ruwe celstof (vezels). Houd wel in gedachten dat hooi het hoofdvoedsel moet zijn. Geef een volwassen konijn niet meer dan 20 gram brokjes per kilo lichaamsgewicht per dag zodat uw konijn niet te dik wordt. Een actief buitenkonijn heeft meer voer nodig dan een rustig binnenkonijn. Weeg het konijn eventueel om zijn gewicht bij te houden.

Konijnen eten een deel van hun keutels, de zogenaamde blindedarmkeutels, direct uit de anus op. In deze ontlasting zitten onmisbare voedingsstoffen. Vindt u deze zachte, glimmende trosjes keutels vaak terug in het hok, dan is de kans groot dat uw konijn teveel voer krijgt. Konijnen vinden het lekker om op takken te knagen, bijvoorbeeld van wilgen. Dit geeft ze wat te doen, het is goed voor de tanden en het levert extra vezels op. Geef uw konijn geen knaagsteen, deze bevat teveel kalk en kan blaasstenen veroorzaken. Een konijn moet onbeperkt vers water kunnen drinken. U kunt dit geven in een drinkflesje of in een stevige stenen bak.

Voortplanting

Konijnen zijn vruchtbaar vanaf drie tot vijf maanden. Vrouwtjes, ook wel voedsters of moeren genoemd, kunnen dan drachtig worden. Na 29 tot 33 dagen werpen zij een nest jongen. Een nest bestaat vaak uit drie tot acht jongen, maar kan ook groter zijn. De jongen worden kaal en blind geboren. Ze worden vaak maar eens per dag door hun moeder gezoogd. Na drie weken komen ze uit het nest, maar pas na zes tot zeven weken zijn ze oud genoeg om hun geboorteplek te verlaten. Houd er rekening mee dat de moeder direct na de worp weer vruchtbaar is.

Ziekten en aandoeningen

Een gezond konijn is een actief, oplettend dier dat graag eet en een schone en droge vacht heeft. Aanwijzingen dat uw konijn ziek is, zijn: lusteloosheid, niet willen eten, vuile ogen, een vuile neus, een vieze vacht rond de anus, kwijlen, jeuk, kale plekken en het schuin houden van de kop.

Een belangrijke aanwijzing over de gezondheid van uw konijn zijn de keutels. Zijn deze klein en hard dan wijst dit op een naderende verstopping of te weinig eten. Te zachte, natte keutels wijzen op darmklachten. Vaak wordt dit veroorzaakt door verkeerde voeding. Ook andere gezondheidsproblemen, zoals olifantentanden (te lange tanden) en vetzucht, kunt u deels voorkomen door een verantwoorde voeding met voldoende ruwvoer.

Als uw konijn niet eet, moet u dezelfde dag nog naar de dierenarts gaan: te lang wachten kan dodelijk zijn, en bijvoeding is vrijwel altijd nodig. Niet of slecht eten kan verschillende oorzaken hebben, zoals pijn, stress of gebitsproblemen. Als er niet snel iets aan gedaan wordt, kunnen de darmen van het konijn stil gaan liggen en daar kan het dier aan overlijden.

Er komen twee gevaarlijke besmettelijke ziekten voor bij konijnen: myxomatose en VHD. Deze ziekten zijn vrijwel altijd dodelijk. U moet uw konijnen dan ook jaarlijks hiertegen laten inenten. Vrouwtjeskonijnen hebben op latere leeftijd een vrij grote kans op baarmoederkanker of – ontstekingen. Deze problemen zijn te voorkomen door voedsters, liefst rond de leeftijd van 6 maanden, te laten castreren.

Raadpleeg in geval van ziekte of een vermoeden daarvan altijd uw dierenarts.

Benodigde ervaring

Voor het op een verantwoorde wijze houden van dit huisdier is geen specifieke ervaring nodig. Toch zijn konijnen geen heel gemakkelijke huisdieren, omdat ze vrij gevoelig zijn voor voedingsfouten. Zorg er daarom voor dat u zich van tevoren goed informeert en dat u weet waar u op moet letten om uw konijn gezond te houden.

Aanschaf en kosten

U kunt een konijn kopen bij een gespecialiseerde fokker of dierenspeciaalzaak, maar er zijn ook konijnen van allerlei rassen en leeftijden te vinden bij asielen of een konijnen- en knaagdierenopvang.

De gemiddelde aanschafprijs van een konijn ligt tussen 10 en 50 euro. Dit is mede afhankelijk van het ras. De prijs van een konijnenhok varieert, maar begint bij ongeveer 50 euro. Een ren kost enkele tientallen euro’s. Biks kost vanaf enkele euro’s per kilo, voor hooi en stro betaalt u één tot enkele euro’s per kilo. Prijzen zijn afhankelijk van de hoeveelheid die u koopt. Houd er rekening mee dat u soms met uw konijn naar de dierenarts zult moeten gaan, zowel voor de jaarlijkse entingen als bij het vermoeden van ziekte.

Aandachtspunten

  • Vrouwtjes die drachtig of schijnzwanger zijn kunnen agressiever dan normaal reageren.
  • Sommige konijnen, vaak mannetjes maar soms ook vrouwtjes, ‘sproeien’, ofwel spuiten urine. Na castratie stopt dit meestal. Overigens wordt met sproeien de blaas wel goed geleegd. Hierdoor zou de vorming van blaasgruis mogelijk verminderd kunnen worden.
  • De urine van konijnen is meestal dik en geel, maar kan ook oranje of zelfs rood zijn door plantenkleurstoffen in de voeding.
  • Hoewel men soms een konijn en een cavia bij elkaar zet, is dit in de meeste gevallen niet aan te raden. Ze begrijpen elkaar niet, het konijn kan de cavia verwonden, ze hebben beiden ander voer nodig en soms eet de cavia aan de vacht van het konijn. Konijnen kunnen bovendien een bacterie (Bordetella) bij zich dragen die dodelijk kan zijn voor de cavia. Geef uw konijn dan ook een soortgenoot als gezelschap!

bron: LICG